De geschiedenis van NH Grand Hotel Krasnapolsky Deel 1

Door Inge | 13:33

Vandaag de dag kennen wij NH Grand Hotel Krasnapolsky als een van de bekendste en vooraanstaande 5-sterren hotels in Amsterdam, op zijn prominente plek aan de Dam. Met 468 hotelkamers, waaronder 35 luxe appartementen, 22 multifunctionele vergaderzalen, de karakteristieke bar, de rustige Zomertuin in het hart van de drukke stad en natuurlijk de wereldberoemde Wintertuin, is dit etablissement haast niet meer weg te denken uit het straatbeeld van de Amsterdamse Dam. Maar dit was niet altijd het geval. Sinds het Grand Hotel in de 19e eeuw als koffiehuis begon, is het uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende hotel- en restaurantexploitanten van de hoofdstad.

De 19e eeuw: Meer dan een koffiehuis

Het verhaal van NH Grand Hotel Krasnapolsky begint rond het midden van de 19e eeuw, waar het begon als koffiehuis aan de chique Amsterdamse Warmoesstraat. Een smalle donkere straat met hoge, diepe huizen die aan de kant van het Damrak helemaal doorliepen tot het water. Een oude koopliedenbuurt waar, voordat de grachtengordel werd aangelegd, de rijkste kooplieden van de stad woonden. In dit gedeelte van de stad deed het deftige volk zijn inkopen; daarnaast was het een populaire bestemming voor zeelieden en reizigers. Veel Amsterdamse bedrijven uit die periode werden gerund door buitenlanders, voornamelijk Duitsers. In het gebied rond de Warmoesstraat waren koffiehuizen (waar meer bier dan koffie werd geschonken) populaire ontmoetingsplekken. Althans, dat gold voor de mannelijke bevolking van de stad. Van fatsoenlijke vrouwen werd niet verwacht in die buurt te worden gezien na 3 uur ’s middags, dan sloot de koopmansbeurs voor die dag en vertoonden zich alleen dames van lichte zeden rond dit mannenbolwerk. In één van de koffiehuizen in die buurt was de Duitser Wilhelm Adolf Krasnapolsky, geboren in 1834 uit een familie van Poolse kleermakers, vaste klant. Krasnapolsky was in 1856 naar Amsterdam gekomen en werkte als kleermaker op de kledingafdeling van het eerste warenhuis in de stad. Hij was vaak te vinden in het koffiehuis en raakte bevriend met een van de obers, August Volmer. De band tussen de twee vrienden werd door de jaren heen sterker en in 1862 trouwde Krasnapolsky met Volmer’s zus Johanna, waarna hij vier jaar later het management van zijn favoriete koffiehuis overnam. August Volmer bleef als kelner in dienst van het koffiehuis tot hij in 1871 vennoot van Krasnapolsky werd.

Krasnapolsky pachtte het koffiehuis en veranderde de naam vervolgens in ‘Café Krasnapolsky’. Het café bleek op een uitstekende plek te staan: vlak achter het Damrak, dat zich in die periode in hoog tempo ontwikkelde. De cafés en restaurants in het gebied profiteerden van de aanwezigheid van de koopmansbeurs die veel – voornamelijk mannelijke – clientèle trok.

Als een van de oudste straten in Amsterdam gaat de Warmoesstraat door voor een van de deftiger straten in Amsterdam. Veel van de rijke kooplieden, die overzee handel dreven, woonden in deze omgeving. De onroerend goed-prijzen waren gunstig in die tijd en Krasnapolsky kocht, met het oog op de toekomst, twee woningen in de nabijgelegen Servetsteeg. Daaropvolgend kocht hij ook het koffiehuis en later de aangrenzende slagerij in de Warmoesstraat. Op de plaats van zijn twee woningen bouwde hij een nieuw koffiehuis. Die nieuwbouw resulteerde in 1874 in een ruim café met hoge plafonds, dat al snel een geliefde ontmoetingsplaats voor heren werd. Achter het café bouwde Krasnapolsky op de plaats waar voorheen enkele huisjes stonden, een aparte zaal waarin hij zes biljarttafels plaatste en hij legde een kleine tuin aan. Op dat moment begon Krasnapolsky zijn ambities al te tonen. Met één van Volmer’s andere zussen – Mathilde Volmer -als kok begon Café Krasnapolsky zich te onderscheiden van andere koffiehuizen door in een huiselijke omgeving eenvoudige, maar voedzame maaltijden aan te bieden tegen betaalbare prijzen. Dit bleek een groot succes. Op de kaart prijkten specialiteiten als steak, stoofschotels en pannenkoeken. ‘Geen heerlijker pannenkoeken dan die van Krasnapolsky’s schoonzuster Mathilde Volmer’ zo ging het verhaal in die tijd. Bij het bereiden van de vele maaltijden in het café kwam de slachterij van zijn buurman op het achterterrein goed van pas.

In het voorjaar van 1878 werd achter het café een zomertuin geopend. Tuinen golden in die tijd als favoriete ontspanningsplaatsen voor de Amsterdammers. In het hartje van de stad kon men in de frisse lucht, tussen het groen, genieten van een biertje, glas limonade of een kop koffie. Ook konden de dames zich hier met goed fatsoen vertonen.

In dit jaar werd de ‘Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Café Krasnapolsky’ opgericht. In 1879 begon Krasnapolsky te bouwen aan een hal die zijn etablissement een internationale reputatie zou geven. Hij bouwde de Wintertuin, een nieuwe biljartzaal, een buffetzaal en een gebouw om de drukke keuken van het café te huisvesten. Ook voegde hij in 1881 een van de eerste vergaderzalen van Amsterdam toe, boven de nieuwe biljartzaal. Aan het einde van dat jaar werd de naam van het bedrijf weer veranderd naar ‘Maatschappij tot Exploitatie van de Onderneming Krasnapolsky’, toen Volmer het bedrijf verliet en in Breukelen ging rentenieren.

In het begin van 1880 vonden twee belangrijke gebeurtenissen voor de onderneming Krasnapolsky plaats. De eerste was de komst van de elektrische verlichting, die de gaslampen in het hotel zou vervangen. Om het café van stroom te voorzien, plaatste Krasnapolsky in een huisje op het achterterrein een eigen stoommachine om elektriciteit op te wekken. Na klachten van de buren verwezenlijkte hij een echte elektrische centrale, waarvoor een aparte NV werd opgericht, de N.E.M., de Nederlandsche Electriciteits Maatschappij. Na allerlei experimenten koos hij voor de toen gloednieuwe Edison gloeilampen. Nauwelijks een jaar nadat Edison in 1882 de gloeilamp introduceerde, hingen er in de Wintertuin meer dan duizend Edison gloeilampen en werd de bijzondere zaal al gauw vol lof “het wonder van de eeuw” genoemd.  De N.E.M. verwierf uiteindelijk geen vergunning voor verdere levering van elektriciteit en werd in 1892 opgeheven.

De komst van de Wereldtentoonstelling in 1883 bracht Krasnapolsky zijn volgende kans. Voor deze gelegenheid was Krasnapolsky vastbesloten om de hotelbranche in te gaan met zijn bedrijf. Hij kocht twee aangrenzende panden aan de Warmoesstraat en herbouwde ze tot een hotelvleugel met 80 kamers. Het jaar daarop werd, met de aankoop van het volgende aangrenzende gebouw, het hotel verder uitgebreid. Op dat moment werden het café en hotel samengevoegd, waardoor er één gebouw werd gecreëerd achter een imposante, symmetrische gevel van wat vroeger zes huizen waren geweest. In 1885 voegde Krasnapolsky een nieuw restaurant toe op de begane grond van de hotelvleugel, thans Reflet d’Or. In het café was een leestafel waar men rond de 250 kranten van over de hele wereld kon lezen. Dit was uniek voor deze tijd.

Lees volgende week het vervolg van de geschiedenis van NH Grand Hotel Krasnapolsky!

 

Schreiben Sie einen Kommentar

Uw e-mailadres wordt nooit gepubliceerd noch gedeeld. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*
*